Aswoensdag
De Veertigdagentijd als voorbereidingstijd voor Pasen, begint sinds eeuwen met as. Gelovigen krijgen op Aswoensdag een askruisje opgelegd, met daarbij o.a. de woorden ‘Stof ben je, tot stof keer je terug’. Wordt daarmee een grauwsluier over het leven heen gelegd? Of is het de start van een traject waarin ons aller ego een ontnuchterende spiegel krijgt voorgehouden?
De wereld leren verstaan
Als kinderen wisten we best dat sommige plannetjes niet echt realistisch waren. ‘As is verbrande turf’, dat wisten we ook (ook al brandde onze kachel echt niet meer op turf). En toch was onze creativiteit, onze fantasie er niet minder om. Hadden we misschien die as nodig om de wereld beter de leren verstaan?
Sinds ik welbewust Aswoensdag vier, kijk ik er ieder jaar opnieuw naar uit. Het askruisje op mijn voorhoofd is me dierbaar geworden. De Veertigdagentijd is wat mij betreft een tijd met een gouden rand. Klinkt dat gek? As is toch grijsgrauw? Maar juist door dít startpunt wordt de Veertigdagentijd een periode met een scherpe focus, een tijd die helpt om de wereld beter te leren verstaan. Zonder die as, en de oeroude woorden die daarbij klinken – ‘stof ben je, tot stof keer je terug’ – zou dat waar het op uitloopt, de Stille Week met Witte Donderdag, Goede Vrijdag, de Paasnacht en het Licht van Pasen, minder stralend, minder nieuw en minder diep verheugend zijn.
De weg van hoop
De Veertigdagentijd biedt ons de kans om een gericht traject te doorlopen. Een pelgrimage richting Pasen. Een weg van hoop. Het kerkenpakket van de Veertigdagentijd en Pasen 2026 heeft precies dat als titel: De weg van hoop. Zo’n opschrift kan heel goed opkomen vanuit de grauwe kleur van as. Het kan heel goed een weg zijn door de puinhopen heen die de wereld met grote regelmaat laat zien. Dat kan omdat hoop niet hetzelfde is als optimisme. Optimisme is vaak een kwestie van karakter. ‘Ik ben een optimist’ zegt je dan. Je kunt er niks aan doen, het is zoals het is, het zit in je genen.
Hoop is een heel ander verhaal. Hoop is een keuze. Zelfs als de omstandigheden ertoe leiden dat iets verkeerd afloopt, dan nog is hoop daar niet van afhankelijk. De joodse psychiater Viktor Frankl deed in de concentratiekampen Theresienstadt, Auschwitz en Türkheim onderzoek naar hoop. In de meest afschuwelijke context van de 20ste eeuw ontdekte hij dat hoop letterlijk doet leven. Mensen kunnen kiezen voor hoop, ook te midden van gruwelijke misdaden tegen de menselijkheid. Wie daarin slaagde, ontdekte Frankl – net zo goed bij zichzelf als bij zijn kampgenoten – had meer kans op overleven.
Buiten jezelf
De inzichten van Frankl laten zien dat hoop geen quick fix biedt. Hoop vraagt moed, terwijl mensen al snel kleinmoedig zijn. Met het kerkenpakket lopen we samen op de weg van Hoop. Je ontdekt dat de weg van hoop een weg is van vallen en opstaan. Een weg waarbij je elkaar hard nodig hebt, als steun maar ook als tegenspraak. Een weg die niet gladjes geplaveid is, maar heel wat hobbels en kuilen en struikelblokken vertoond. Je ontdekt ook dat op de weg van hoop iemand Anders meeloopt. Hij is degene die de hoop zelf is; Jezus Christus, de opgestane Heer. Zijn weg ging door het diepst donkere dal, hij ging de weg in de diepste eenzaamheid. Maar zo liep zijn weg uit op een stralend licht: het Licht van Pasen, het Licht van de wereld. Hoop die buiten onszelf te vinden is, maar in ons wil leven!