Uit de toelichting op de kerkorde:
Net als het ambt van ouderling zal ook het ambt van diaken van tijd tot tijd en van plaats tot plaats sterk kunnen verschillen. In ieder geval is het een zeer veelzijdig ambt, dat het vertrouwen op Gods genade koppelt aan praktische hulp, zowel in de kerkelijke samenleving als daarbuiten.
Hulp en troost
B15 oogt bij de genoemde veelzijdigheid misschien wat karig. Dat zou het inderdaad zijn wanneer dit artikel bedoeld was om alle aspecten van het diaconaat te beschrijven. In plaats daarvan trekt het artikel twee hoofdlijnen. Daarbij klinkt B15.2 vanouds nog het meest vertrouwd. Diakenen geven hulp aan wie in de gemeente hulp nodig heeft. Zij doen dat wel als ambtsdragers, als gezanten van Christus. Dus beperken ze zich niet tot financiële tegemoetkomingen of het regelen van een kook- of rijrooster. Ze plaatsen dit in het kader van de hulp die Christus ons geeft, de liefde van zijn Vader voor Hem en voor zijn leden. De ‘praktische ondersteuning’ die B15.2 noemt, kan ook inhouden dat de diakenen iemand begeleiden naar instanties buiten de kerk. Als daar deskundigheid te vinden is die de diakenen zelf missen, hoeven ze zich niet te schamen om iemand door te verwijzen. Als het maar niet betekent dat de diakenen zelf hun handen van iemand aftrekken. Zij blijven namens Christus betrokken.
De hele gemeente
B15.1 gaat hieraan vooraf. Want ook binnen de kerk kan het niet zo zijn dat alleen de diakenen druk zijn met hulp bieden, en dat de andere gemeenteleden het met liefde aan hen overlaten. De diakenen zullen regelmatig een beroep doen op alle gemeenteleden om bij te dragen aan het hulpbetoon in de gemeente. Zij kunnen immers alleen financieel bijstand verlenen als de diaconale kas steeds weer door de hele gemeente wordt aangevuld. Zij kunnen alleen een kook- of rijrooster samenstellen, als andere gemeenteleden bereid zijn om zich op die manier te laten inroosteren.
De hele samenleving
Maar B15.1 kijkt verder. De gemeente kan haar betoon van liefde niet beperken tot de eigen kring. Zij mag zich net als Christus uitstrekken naar alle volken, naar alle culturen, naar alle lagen van de bevolking. De gemeente hoeft niet alle problemen van de wereld op haar nek te nemen. Zij is Christus niet. Maar ze mag wel naar Christus verwijzen, door aandacht te hebben voor alle soorten van problemen in de samenleving, en vanuit het geloof in Gods oplossing te doen wat haar handen vinden om te doen. C2